De wittebroodsweken voorbij

Ruim een maand zijn we in Nederland. De ‘wittebroodsweken’ zoals iemand ze noemde, zijn voorbij. Man is vorige week maandag begonnen met werken. Elke dag op zijn oude fiets naar het station en van daaruit met de trein verder. Hij is al een keer natgeregend en ook heeft zijn fiets het te verduren van het dagelijkse gooi-en smijtwerk van mensen met hun fietsen. In 1 week heeft hij meer te lijden gehad dan zeven jaar in opslag bij de buren. Na een dag ratelde het wiel al. Een nieuwe, dure fiets heeft hier totaal geen zin.

De jongens springen ook elke dag vrolijk op hun fiets om naar school te gaan. Is er geen school, dan gaan ze minimaal een rondje rijden. Een poosje geleden las ik van een onderzoek van Unicef dat ‘Nederlandse kinderen de gelukkigste kinderen van de wereld zijn’. Kinderen hebben hier veel vrijheid en keuzemogelijkheden. Ze pakken hun fiets en kunnen overal naartoe. Veel is binnen loop-en fietsafstand waardoor ze zelfstandig op pad kunnen. Ook zijn er zoveel vrijtijds mogelijkheden, zo kan Oudste zijn hart ophalen bij een Theaterschool, is er Snuffelsport, waarbij ze van allerlei sporten kunnen proberen en cabaret/toneel voorstellingen.

Ik moet toegeven dat ik zelf nog huiverig ben voor die vrijheid. Ik hoef maar een ambulance te horen en ik krijg al een beeld voor ogen dat ze aangereden zijn of minimaal gevallen zijn. Op Bonaire brachten we ze altijd overal heen en haalden ze weer op. Zelf fietsen was daar erg gevaarlijk. Het autorijden vind ik hier zelf nog verschrikkelijk, in elk geval op de snelweg. Op Bonaire is de maximumsnelheid 60 km per uur en is er geen snelweg. Wel gekken die je op de meest gevaarlijke plekken inhalen.

Zelfstandig ging Oudste van 11 begin deze maand met een mapje onder zijn arm de straat in. Het was Kinderpostzegeltijd. De enige tijd waarin kinderarbeid legaal is toegestaan in Nederland en de meeste kinderen het nog leuk vinden ook. Overal in de straat zag je kinderen aanbellen bij huizen. ‘De concurrentie’ noemde Oudste het. Oneerlijke concurrentie zelfs, want ‘ ze wonen niet eens bij ons in de straat’

Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit met kinderpostzegels heb gelopen. Wel weet ik nog dat ik op een middag huizen bij langs ben gegaan met mijn spaarpot, om te collecteren voor de arme mensen in Afrika. De opbrengst bleek zo bar weinig te zijn dat ik maar een klein plantje voor mijzelf kocht, onder het mom dat ik dan in elk geval meehielp met de aarde groen te houden (bij deze nog, sorry buren, het plantje heeft het ook niet lang vol gehouden, ik bleek toen al geen groene vingers te hebben).

De weken voorafgaand aan het Werk van Man waren gevuld met klussen. Als een waar klusteam waren we dagelijks aan de slag. Ik kreeg regelmatig het gevoel dat we bezig waren met een zware operatie, als Man op het trappetje stond en mij vroeg een hamer aan te geven of een schroevendraaier. Daarnaast krikten we ook de aandelenkoers van de Gamma weer regelmatig omhoog. Het is verbazingwekkend hoe snel het geld wegvliegt.

Zijn er nog bijzondere zaken gebeurd?

Jawel, de Belastingdienst incasseerde ineens geld bij ons. Gelijk de Belastingdienst gebeld. ‘Klopt mevrouw, dat is EUR620 aan omzetbelasting en EUR50 aan rente’. Huh, omzetbelasting? Maar we hebben niet eens een bedrijf?!
Natuurlijk werd ik doorverbonden naar een andere afdeling: ‘Goh wat raar, ik zie hier ook geen connectie tussen uw man en het betreffende bedrijf’
‘Kunt u mij misschien de naam van het bedrijf vertellen?’, vroeg ik ze. Maar nee, dat kon weer niet. ‘Ik laat u terugbellen door de afdeling Invorderingen’
Een dag later: ‘Ja mevrouw, iemand heeft hier een hele grote fout gemaakt. U krijgt het bedrag op uw rekening gestort.’ Ah, fijn en wanneer? ‘Het duurt ongeveer 2 tot 3 weken mevrouw’

Dat was bijzondere zaak 1. Door naar bijzondere zaak 2.
De kinderbijslag, of te wel de SVB. In oktober kregen we niks uitbetaald ondanks dat we al in augustus weer in Nederland woonden. Maar weer even de telefoon gepakt. ‘Mevrouw, bent u weer ingeschreven in een Nederlandse gemeente? Oh ja? Ok, maar voor de kinderbijslag moet u zich wel weer zelf aanmelden hoor’
Euh, ik dacht dat dat automatisch ging, dat de gemeente een seintje geeft aan alle instanties? Net zoals dat het ook helemaal automatisch ging toen we naar Bonaire vertrokken?
Mevrouw beloofde het in orde te maken.

Bijzondere zaak 3 (voor degenen die het verhaal al kennen via mijn FB-pagina, scrol maar door ūüôā
De internet- en tv-aansluiting door KPN. Ruim 3 weken moesten we erop wachten. 12 september ontvingen we een sms en mail dat 20 sept tussen 2 en 4 alles ge√Įnstalleerd zou gaan worden. Die ochtend ging de bel, een KPN monteur voor de deur. ‘Ha, u komt het internet en de televisie aansluiten!’
‘Euh nee, ik kom uw lijn testen’, zegt de man
‘En installeren toch, daar hebben we bericht van gehad?’
‘Nee, alleen testen’
Raar, want daar hadden we juist dus geen bericht van gehad.
‘Maar komt er dan nog wel iemand vanmiddag installeren’
‘Ja hoor, het kan zijn dat ik dat ook weer ben, maar dat weet ik niet want ik krijg geen overzicht van de afspraken van de dag, want met zo’n overzicht voelen we druk en gaan we ons haasten’
Na het testen vertrok de man weer. Het werd 2 uur, 3 uur, kwart voor 4.
Toen maar KPN gebeld: ‘mevrouw, we vragen klanten echt te wachten tot de afgesproken tijd voorbij is, maar ik zal toch voor u kijken’
Ik werd in de wacht gezet, naarmate het langer duurde wist ik het al.
‘Mevrouw, vervelend nieuws. De monteur komt niet. De planner heeft hem op overwerk gezet en dat kan niet’
Voor een communicatiebedrijf hebben ze nog heel wat te leren.

Verkouden

We hebben eraan moeten geloven, helaas. Het gesnotter begon ongeveer een week geleden, eerst de oudste, toen de jongste, en vervolgens ik. Alleen Man is niet aan het snotteren. ’s Avonds, als ik in bed lig, hoor ik in elke kamer een neus die telkens wordt opgehaald en gekuch. Gisteren gaf ik ze een Kleenex tissue.

‘Weet je hoe het werkt?’ vroeg ik ze. Twee hoofden schudden van nee.
‘Kijk, zo vouw je een tissue uit, en dan kun je je neus erin snuiten’

Zeven jaar zijn ze niet verkouden geweest. Vandaag had ik een tienjarig zielig hoopje kind dat voor het eerst in zijn leven keelpijn had en hoestte.
‘Wil je thuis blijven van school?’ Maar stoer kind wilde graag naar school.

Vanmiddag ging ik gelijk naar de drogist voor bestrijdingsmiddelen tegen griep/verkoudheid. Man ging een fles wijn halen.
‘Heeft u een klantenkaart?’ vroeg de verkoopster.
Ik vertelde haar dat we zeven jaar geleden naar Bonaire verhuisd waren en nu weer in Roosendaal waren komen wonen.
‘U kwam mij al bekend voor’, riep ze. Op hetzelfde moment kwam Man naar binnen lopen.
‘Jij bent toch Marit?’ zei Man, ‘en een zoon op de middelbare school?’
Verbluft keek ze hem aan. ‘Ja, dat u dat nog weet’.
‘Nee hoor’, zegt Man. ‘De man hier tegenover zei het.’

De herfst heeft in Nederland volop zijn intrede gedaan. Bij het uitlaten van de hond kraken de beukennootjes onder mijn schoenen. Het voetpad verandert langzamerhand in een tapijt van bladeren. Door de hond wordt nog steeds elk grassprietje uitvoerig ge√Įnspecteerd.
Ik blijf het koud houden en besef dat onze kledinggarderobe hard aan aanpassing toe is. Al een paar weken heb ik mijn vest aan om de kou te weerstaan; een paar dagen geleden kwam de jongste knuffelen bij mij, waarop hij opmerkte: ‘Mama, je stinkt’.
Mijn beenharen durf ik amper eraf te halen; isolatie toch? Want elke ochtend kom ik bibberend uit de douche. De haren steken boven de lange sokken uit die ik draag onder mijn driekwart broek.
Maar om de sfeer thuis goed te houden zal er wat moeten gebeuren.

De eerste kledingstukken voor mij heb ik gekocht bij de Kringloop.
Voor de jongens heb ik online ingeslagen bij de Hema.

Van mijn schoonzus kregen we onlangs een doos terug die we bij hun hadden opgeslagen, vol baby merkkleding van de kinderen. Verbaasd nam ik de kleren stuk voor stuk door en kon niet meer begrijpen dat we ooit zoveel geld ervoor hebben betaald. Steeds meer besef ik dat ‘backtobase’ bij lange na niet verkeerd is.

De jaren op Bonaire hebben mij geleerd wat echt belangrijk is.
Maar mijn vest heb ik vandaag toch maar in de was gestopt.

 

LivianaRegula-201547081547570691

Verzameling

Vanochtend bij het wakker worden keek ik door de deuropening van de slaapkamer naar de overloop, en zag een drietal nog niet uitgepakte plastic opbergdozen staan.

Ik kon mij niet herinneren wat er precies ingepakt in zat en werd nieuwsgierig.

Struikelend over de op de vloer uitgespreide LEGO-vliegtuigen en Minecraft liep ik er naar toe en maakte een van de dozen open. Bij het openen van het deksel kwam een muffe lucht eruit. Een paar fotolijstjes lagen bovenop en ik draaide ze om. Het waren ¬†honderd jaar oude etsgravures die ik ooit in een antiekwinkel had gekocht. Bruine vlekken zaten verspreid over het papier onder het glas, die er niet hadden gezeten toen we ze mee naar Bonaire verhuisden. Ze zijn geru√Įneerd. Al die jaren hadden ze in de ongeopende opbergdoos gezeten, veilig en droog in de garage, dacht ik. En toch bleek nu dat ook zij te lijden hadden gehad van het klimaat op Bonaire.

In een andere doos zitten schilderijen die aan de muur hebben gehangen. Verdrietig constateer ik vochtplekken erop.

Het zou mij niet moeten verbazen. Man en ik hebben al regelmatig tegen elkaar gezegd dat letterlijk alles op Bonaire kapot gaat, inclusief relaties.

Niet al het materiaal of elke relatie is Bonaire-bestendig, helaas.

De vloer van de kamer van de oudste ligt bezaaid met knuffels in allerlei soorten en maten. We hebben al veel op Bonaire achtergelaten, maar de verzameling wordt weer groter,  de knuffels weten zich te vermenigvuldigen.
Datzelfde geldt voor de Emojicons. Emojicons zijn kleine poppetjes die je gratis krijgt bij een bepaald bedrag aan boodschappen bij de Plus-Supermarkt. De jongens verzamelen ze.
‘Doeg mam, we gaan naar de Plus!’ riepen de jongens vanochtend en op de fiets vertrokken ze. Daar gaan ze buiten staan te wachten om vervolgens iedere klant die naar buiten stapt, te vragen om Emojicons. ¬†We hadden ze wat geld meegegeven voor eten.

Na een paar uur waren ze nog niet terug en wij moesten, voor de zoveelste keer, naar de Gamma. Even reden we langs de Plus om dit tegen ze te zeggen. Maar we zagen wel kinderen, maar niet de onze.
‘Waar zijn ze, waar zijn ze?’ riep ik tegen Man. In mijn verbeelding zag ik al een man of vrouw die ze heel veel Emojicons beloofde, als ze maar mee naar diens huis gingen. Allerlei nare gedachten gingen door mijn hoofd.
Hadden wij ze wel goed voorgelicht? Wisten ze wel dat niet alle mensen te vertrouwen zijn? Lieten we ze niet teveel los, te vroeg?
We reden terug naar huis, geen kids. Ik bleef thuis en Man reed terug naar de Plus.
Daar kwamen ze net op hun fietsen aangereden, ze waren even naar een ander winkelcentrum gegaan want ‘daar waren de broodjes goedkoper’
Ik vroeg ze of wel wisten dat ze niet met een vreemde persoon mee moeten gaan.
‘Ja hoor’, zei de oudste.
Yes, dacht ik. We hebben ze het goed geleerd. ‘En waarom niet?’
‘Nou, omdat als we met die persoon mee gaan, het kan zijn dat we net iemand anders missen die uit de supermarkt stapt met heel veel Emojicons voor ons’.

 

$_84

Afsluiten

Vandaag zijn alle uitgepakte dozen en verpakkingsmateriaal door de verhuizer opgehaald. Het voelde als weer een stukje afsluiting van ons leven in Bonaire.
Ons huis is nog steeds een puinhoop maar beetje bij beetje komt er vooruitgang in, waarbij ons motto is ‘wat vandaag niet gaat, komt morgen wel’
Wat ik merk is dat onze smaak erg veranderd is. Wilden we jaren geleden alles donker, nu willen we alles licht. Spullen die ik op Bonaire nog de moeite waard vond om mee te nemen, blijken soms verschimmeld en vaal te zijn geworden. Op Bonaire bekeek ik spullen letterlijk in een heel ander licht en pakte ze in.
Bij het inpakken van onze spullen schreef  ik nog een column voor de Amigoe, de lokale krant van Bonaire en Curacao, bij deze:

Tijd

Met mijn wijsvinger strijk ik over een plank van onze wandkast. Een bruin laagje stof met zand hecht zich op mijn vingertop.
Ik schuif een laatje open, papiervisjes, huiverig voor het licht, schieten weg.

‘Are you selling this?’ zegt een mannenstem. Ik heb hem niet horen binnenkomen, de huisschilder die het huis klaar maakt voor nieuwe huurders. Ik kijk hem aan en schud mijn hoofd. Deze verkopen we niet, onze ‘herinneringenkast’ zoals onze zoons hem noemen. De ingelijste foto’s van overleden familieleden zijn al ingepakt, klaar om in de verhuiscontainer te worden geladen.
‘And your car? Then I paint for free and you get my pick-up truck.’ Ik werp een blik op zijn oude verroeste pick-up, waarvan de motor continu moet draaien omdat hij anders niet meer start. De achterbumper hangt er triest los bij. Ik bedank hem vriendelijk.

Uit een laatje pak ik een horloge dat al tijden stil staat. De batterijen zijn in jaren niet vervangen.
Het besef van tijd vervaagt hoe langer je op Bonaire bent.
Een herinnering aan mijn vader komt boven van een moment dat tijd ineens aan het dringen was.
Er was longkanker bij hem ontdekt en ik haastte mij naar Nederland om bij mijn ouders te zijn.
Een avond zat ik met hem in de woonkamer naar een programma over de Tweede Wereldoorlog te kijken. Hij in zijn relaxstoel en ik op de bank naast hem, mijn hand op zijn hand.
De schemerlamp belichtte zijn bleke gezicht.

Mijn vader vertelde het als een spannend jongensverhaal. ‘Ik had op straat een horloge gevonden van een hoge pief van de Gestapo. Ik wilde het niet teruggeven.’
‘En toen?’ vroeg ik.
‘Mijn broer ontdekte het. Hij verraadde het en het horloge werd afgepakt’. Hij schudde zijn hoofd.

‘Het duurt niet lang meer h√®? Het zal vast wennen zijn.’
Mensen in onze omgeving zijn meer bezig met ons vertrek dan wij. Het lijkt haast ramptoerisme.

Wij leven bij de dag, genieten van het moment.

Op de kalender staat onze verhuisdatum omcirkeld, de dagen ervoor zijn vol gekrabbeld met dingen die we nog gaan zien en doen.

Zeven jaar geleden had ik geen idee hoe het zou zijn om op Bonaire te wonen.
Mijn schoonmoeder dacht dat ik het hooguit drie maanden zou vol houden.

Op het moment dat de container destijds wegreed huilde ik op de trap. Niet alles kon mee. Hoe moest ik het zonder deze spullen redden? Dat bleek wonderbaarlijk goed te gaan. Op Bonaire leer je dat het met minder kan, soms zelfs moet.
Ik herinner mij 10 oktober 2010, het moment dat Bonaire een bijzondere gemeente werd van Nederland. Mijn gedachte was dat alles beter zou gaan worden, maar ik zag sommigen star voor zich uit kijken en huilen toen het volkslied van Bonaire werd gespeeld, ‘Tera di Solo y Suave Biento’

Er zijn dingen beter geworden, maar ook zoveel niet.

Ik stop het horloge in de verhuisdoos.

De tijd zal leren hoe het verder gaat, met ons, met Bonaire.
Maske chikitu ku su defekto
nos ta stim’ele ariba tur kos.
Vertaling: Ondanks dat het klein is en niet volmaakt
Wij houden ervan boven alles

 

21742928_10213988360685023_4676270894049399063_n-2

Bekend maar ook weer nieuw

We wonen weer in ons eigen, oude huis, hoezee!
We hebben nog geen internet, geen televisie, geen bank, de kinderen slapen op een matras op de vloer. Maar vandaag is de vloer in de woonkamer gelegd en hebben we voor het eerst aan onze (via Marktplaats gekochte) eettafel en stoelen gegeten.

Morgen zouden we onze bank gaan halen met fauteuil, het busje hadden we al gereserveerd bij Bo-Rent, maar net ontvingen we het bericht dat de hoes mist van de bank en dat ze morgen eerst de leverancier moeten bellen. Daar gaat weer de planning.

Vorige week hadden we ook al een bus gehuurd bij Bo-Rent, want via Marktplaats had ik de ideale bank en fauteuil gevonden, ‘zo goed als nieuw’ stond er bij de advertentie. Slechts 40 km bij ons vandaan volgens Marktplaats.

Man achter het stuur in de bus. Okay.. die 40 km klopte dus niet helemaal, bleek. De rit duurde maar en duurde maar. Het was ruim 70 km heen, een uur rijden. We staken zelfs de grens over naar Belgi√ę, waar geadverteerd werd met Zeeuwse Mosselen, verdwaalden op een zandpad langs het bos, waar een 4×4 geen overbodige luxe was (ik was blij dat het niet geregend had die dag) en eindigden bij een huisje op een vakantiepark. Op de betreffende bank lag een plaid: ‘Ja, dien hond is loops h√©’, zegt de verkoopster. Ik bekeek de bank. Hij zat onder de vlekken, hondenharen (nee hoor, onze honden gaan niet op dien bank), stof en spinnenwebben. Ik slikte. We hadden speciaal hiervoor een bus gehuurd, zoveel kilometers gereden. Voor niks, als we hem niet zouden nemen. Ik keek Man aan die de fauteuil aan het uitproberen was. Hij zat prima, dat was het punt niet.
‘En?’ zei de vrouw. ‘Ik vind hem niet zo schoon, eigenlijk’, stamelde ik.
‘Nou, dan laat ge hem staan’, zei de vrouw.
Dat deden we dan ook en daar gingen we weer met de bus, Man achter het stuur.

De bus werd de volgende dag gebruikt voor het grof vuil brengen naar de stort. Wat mij het meest verbaasde bij de stort was dat er in de container ‘grof restafval’ spullen lagen die nog prima bruikbaar waren, wasmanden, banken.
Nederland is een echte consumptie maatschappij.

Lijstjes
Ik hou twee lijstjes bij; een van de spullen die we moeten kopen en de andere van ‘things to do’. Beide lijstjes worden alleen maar langer. Een eraf, twee erbij, er komt geen eind aan lijkt het.

In de Gamma zijn wij dagelijks te vinden. De medewerkers herkennen ons zelfs al en de jongens klagen dat ze ‘alweeeeeer’ naar de Gamma moeten.

We zijn blij met de aanbiedingsfolders en de korting bon die er elke keer bij de kassa uitrolt.

 

Sparen

Een regelrecht Nederlands fenomeen is het Sparen bij het winkelen. ‘Spaart u schaalzegels?’ ‘Wilt u zegeltjes voor een Verstappen-auto?’ ‘Wilt u spaarzegels voor een gratis zak hondenvoer?’
Bijna in elke winkel is er wel een spaaractie aan de gang.
Man gaat sinds hij zijn fiets heeft ook boodschappen doen, op de fiets.
‘Wilt u koopzegels?’, vroeg de kassi√®re. ‘Prima’, zei Man.
Op het scherm zag hij ineens het te betalen bedrag omhoog gaan.
‘Ja, u moet daarvoor betalen hoor’, zei de kassi√®re.
Het duurde even dat ik het goed aan hem uitgelegd kreeg dat je die zegels moet kopen, in een boekje moet plakken en dat je, als het boekje vol is, die moet inleveren weer bij de supermarkt en dat je dan het totaal betaalde bedrag terug krijgt, met rente.

School
De kinderen vinden de school helemaal geweldig. Ook het fietsen ernaartoe is een complete belevenis voor ze. We hebben ze de verkeersregels goed uitgelegd, Man is met ze meegefietst de eerste keer naar school, en ze doen het prima, maar toch hou ik elke keer mijn hart vast. Loslaten en vertrouwen, heet dat geloof ik.

Snelweg
De vuurdoop heb ik doorstaan. Na een feest in Gouda bij vrienden, reed ik terug naar huis, een rit van ongeveer een uur. Een rit waarin ik; voornamelijk 100 reed, waar 130 was toegestaan, ik af en toe zelfs een paar keer afremde bij bochten tot 70, een aantal paniekaanvallen kreeg, continu op mijn lip beet en zweethanden had. Ik vond het helemaal niks en ik was blij dat we met daglicht terug waren gereden, in het donker had ik het zeker niet gedaan.

Hond
Op Bonaire was onze hond altijd buiten, jagend op leguanen of hagedissen en ook voor het waken. Als ik haar nu soms naar buiten laat, gaat ze voor de deur naar binnen kijken. De mensen in Nederland hebben honden echt voor de gezelligheid. Op straat zie ik mensen soms met zelfs 2 of 3 honden lopen, aan de lijn. Bij de dierenwinkel (‘spaart u ook zegeltjes?’), stonden twee vrouwen bij de kassa met twee kleine hondjes, . ‘Noekieeeee, laat je tandjes eens zien’, zei ze tegen haar hond. ‘Zie je’, zei ze tegen een andere vrouw, ‘en hij is nu 4 jaar’.
De andere hond begon aan zijn riem te trekken: ‘niet doen hoor, jij bent pas volgende week aan de beurt’.
Man en ik keken elkaar aan, moeite aan het doen om niet te gaan lachen.

Honden zijn in Nederland voor mensen soms echt net kinderen. Een schril contrast met de vele zwerfhonden op Bonaire, onder de teken, schurft en vermagerd.

Inmiddels zijn we ruim 2 weken in Nederland. De meeste dozen zijn uitgepakt, het tuinhuis vol met pakmateriaal. We zijn blij dat we veel hebben verkocht en weggegeven voor vertrek. We gingen met een volle container naar Bonaire en kwamen terug met een halve. En nog vroeg ik mij bij sommige dingen die ik uitpakte af, waarom ik ze in vredesnaam heb meegenomen naar Nederland.
Een schroevendraaier die Man had mee terug genomen naar Nederland, brak vandaag al af.
Als je mij vraagt of we nu gewend zijn, wat we van Nederland vinden, ik heb er nog geen antwoord op. We zijn continu druk met van alles te regelen. Het voelt voor nu als een nieuw ‘buitenlandavontuur’.
Bekend maar toch ook weer zoveel nieuw.

 

21558583_10213946464157636_5804157377728213859_n

 

 

 

 

 

Net als fietsen..

21314416_10213919914213904_1120066913947647547_n‘Het is net als fietsen, dat verleer je nooit.’

Degene die deze uitdrukking heeft bedacht, heeft vast en zeker nooit langer dan een week niet op de fiets gezeten. Want, je verleert het. Of in elk geval, je wordt een beetje roestig.

Vandaag kregen we onze fietsen, met dank aan Rep26 in Gouda. Twee jongensfietsen en een damesfiets.

Enthousiast sprongen de jongens direct op hun fietsen en zoeffff…weg waren ze. Op Bonaire hadden ze ook fietsen (die al snel erg verroest waren), dus het fietsen was niet nieuw voor ze.

Ondertussen keek ik argwanend naar mijn fiets. In jaren had ik niet op een fiets gezeten. Ooit een keertje nog op Bonaire op een mountainbike. Man was fanatiek geworden met zijn mountainbike en probeerde mij daarin mee te krijgen. Puffend en zwetend reed ik achter hem aan. Ik zag de afstand tussen mij en hem en de kinderen steeds groter worden. Regelmatig stopte ik omdat ik pijn aan mijn zitvlak kreeg. Ik was blij dat ik het overleefd had en de mountainbike van mij kwam de garage niet meer uit. Nog dagen had ik spierpijn en pijn aan mijn achterste. En dan heb ik het over zo’n 6 jaar geleden.

En nu stond daar weer een fiets voor mij, een stadsfiets deze keer met fietstassen achterop. Terwijl ik de fiets nog twijfelend in mij opnam, fietsten de jongens alweer zwaaiend voorbij: ‘Mama, kom meefietsen!’ Natuurlijk kon ik mij niet laten kennen.

Ik zwaaide een been over de fiets. Met mijn linkervoet steppend op de weg reed ik weg, en toen ook deze voet maar op het pedaal. Al slingerend reed ik. Het wiebelde, het trilde, elke vezel in mijn lijf was gespannen. Waarom hadden ze nou geen zijwielen voor fietsen voor volwassenen? Net op dat moment ging de jongste voor mij rijden: ‘Ik blijf maar bij je hoor mama, want het gaat niet zo goed he?’ Hij reed zo dicht voor mij dat ik moest remmen, maar geen idee hoe, dus daar ging ik weer met mijn linkervoet steppend op de weg..

Ik bracht de fiets terug en schudde mijn hoofd: ‘deze fiets wiebelt veel te veel’
Man lag dubbel van het lachen: ‘Je leek wel een oude oma’
Ik hield vol ‘De fiets wiebelt hoor, probeer jij maar’
Wat later kwam hij terug, natuurlijk zonder problemen.
Daarop heb ik toch nog maar een tweede rondje geprobeerd, en warempel, het ging al stukken beter.

Aan het autorijden op de snelweg moet ik ook nog erg wennen. Het zweet staat mij in de handen als ik achter het stuur zit. Ik word erg zenuwachtig van auto’s aan alle kanten, zeker de grote vrachtwagens. En alles gaat zo snel! Het invoegen en uitvoegen, ik vind het nog doodeng.
Ik mis de toeristenbussen en golfkarretjes die op hun gemakje rijden en regelmatig stilstaan voor een ezel of flamingo aan de kant van de weg. In Nederland staat het verkeer alleen stil in een file.

 

Vol verwachting

Gisteren ontvingen we de bevestiging dat vandaag de verhuisploeg zou komen met onze goederen, tussen 8 en 10 uur.

Vol verwachting hadden we de wekker vanochtend vroeg gezet om maar op tijd bij ons huis te zijn. De buren hadden we ge√Įnformeerd over de komst van de container. We reden naar ons huis en wachtten.

En wachtten..

Ken je die mop trouwens van die container die werd gebracht?

Om 9 uur reed eindelijk een verhuiswagen voor. Drie stoere mannen vol met tatoeages stapten uit. Ik was enigszins teleurgesteld. Waar was nou onze container? Was dit het, pasten echt al onze spullen in deze verhuiswagen?

Ik begroette de mannen en vroeg of ze onze spullen bij zich hadden: ‘ Nee hoor mevrouw, deze verhuiswagen is voor al het afval. De container komt straks’.

Ze liepen het huis door van beneden naar boven, gingen naar het toilet, bewonderden de houtkachel in de woonkamer. Een kwartier ging voorbij, een half uur.
‘Wat raar dat de container er nog niet is. Normaal is die er eerder dan wij’. Een telefoontje naar kantoor.

Een oeps, foutje-momentje… De container kwam niet, de spullen stonden in een loods in Rotterdam en moesten nog worden ingeladen.

Daar gingen ze weer met de verhuiswagen, op weg naar Rotterdam.

Pas om 12 uur waren ze weer terug met de verhuiswagen. Bleek dat de spullen niet eens in een loods waren opgeslagen maar nog in de container stonden, verzegeld en al. De douane had ze niet visueel gecontroleerd.

De spullen waren snel uitgeladen uit de verhuiswagen, nadat per doos werd gecontroleerd of ze op de verschepingslijst stonden. Een paar verpakte spullen werden door de mannen uitgepakt. De dozen gaan we zelf uitpakken, beetje voor beetje.

De ochtend was weer om. Inmiddels is ons wel duidelijk dat in de ochtend je gewoonweg niks kunt doen, er is altijd wel iets wat er tussendoor komt, geregeld moet worden.

Vol verwachting waren we ook toen het pasje van het RDW kwam met de post, met de resterende helft van de ‘geheime’ code.

Dat was snel! Opgetogen gingen we naar de boekhandel waar ook een postagentschap is. Even snel de auto laten overschrijven op mijn naam.
‘We willen graag een auto overschrijven’. ‘Oh, dat kan, maar dat moet bij het postagentschap’. De verkoopster wees naar een balie een paar meter verder. We liepen er naartoe. De dame liep met ons mee, om daar achter de toonbank te gaan staan met een grote glimlach ‘Waar kan ik u mee helpen?’

Ik overhandigde mijn rijbewijs en het pasje van het RDW. Als het goed was, dan zou het pasje staan op ons adres. Ze tikte de gegevens in en gaf mij het rijbewijs terug.¬†Triomfantelijk riep ik tegen Man: ‘Mijn rijbewijs is goed, het werkt!’
Toen zag ik een rimpel op het voorhoofd van de verkoopster: ‘Uw adres is in Delfzijl, klopt dat?’

Oh neeeeeeeeee. De moed zonk in mijn schoenen. Ik besefte dat ze mijn rijbewijs gekoppeld hadden aan het adres van mijn ouders. Het adres wat ik ruim 2 jaar geleden had opgegeven als correspondentieadres waar mijn nieuwe rijbewijs naar toe gestuurd moest worden, aangezien mijn oude gestolen was.

De verkoopster informeerde ons dat alle correspondentie, inclusief het pasje, naar dit adres gestuurd zou worden. Nee, nee, nee, dat was niet de bedoeling!
Ter plekke belde ik het RDW: ‘Mevrouw, het correspondentieadres kunt u alleen wijzigen door ons een brief te sturen met een formulier. Binnen 5 werkdagen zullen wij dit bevestigen’

Mijn humeur was tot 0 gedaald. Dankzij familie dichtbij kon ik het formulier invullen online, een brief schrijven en ondertekenen, scannen, legitimatiebewijs inscannen en opsturen. Ik heb geen idee hoe iemand dit zou moeten doen zonder computer , printer of scanner bij de hand.

Ik verwachtte pas over een aantal dagen bericht, maar wonder boven wonder kreeg ik binnen een uur een mail. Het correspondentie-adres was verwijderd!

Het overschrijven was vervolgens een piece of cake.

Het was weer een lange vermoeiende dag.
We verlangden naar een glaasje wijn en even niks.
Vol verwachting gingen we terug naar Essen om bij te komen van de dag.

Eenmaal aangekomen.. ‘Zeg, de sleutel, heb jij die toevallig, of is die blijven liggen in Roosendaal?’