Carnaval

Nederland staat op zijn kop, of in elk geval de provincies onder de rivieren. Het carnavalsfeest is begonnen. Zien we gedurende de dag mensen in allerlei pluimages voorbij fietsen en lopen richting het centrum, in de nacht horen we ze al lallend en roepend. In de straten hangen vlaggen te wapperen en hangt de spreuk voor Roosendaal voor 2018 voor de ramen; ‘Das m’n stadje’

Naast de vlaggen is er ook nog wel wat anders te vinden in onze straat. Af en toe vind ik lege, kleine plastic zakjes met een plaatje van een hennepplantje op de voorzijde. One happy stadje, dat Roosendaal.

De grote Carnavalsoptocht was gisteren. Was op Bonaire deze met een uurtje wel bekeken, hier duurde hij ruim twee uur. Geen wagens met keiharde muziek, waardoor oordopjes bittere noodzaak waren voor de kids, geen prachtige uitgedoste mensen, geen brandende zon en hoge temperaturen, geen kraampjes met bier en eten. Wel prachtig gebouwde wagens, hoempapa muziek, bittere kou met gelukkig een zonnetje en tasjes met zelf meegenomen drinken en eten. De vrieskou had de afgelopen week trouwens gezorgd voor dichtgevroren sloten en vijvers. Gelijk na de eerste vriesnacht waarschuwden we de kinderen: ‘Passen jullie op met het ijs? Ga er nog niet op, want het moet echt eerst minimaal een week ¬†gevroren hebben.’
Diezelfde middag kwam Oudste thuis met een natte schoen en dito broekspijp. Het ijs moest toch even geprobeerd worden.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, dat ik de optocht alleen vanaf de bank heb mogen aanschouwen, samen met de Jongste die door de griep werd geveld.
Weken wisten we de griepgolf te ontwijken maar net voor het weekend, begon hij ineens met een wel heel schorre stem te praten, en kwam met rode wangen thuis van school, niet van de kou maar van de koorts.
Man ging samen met de Oudste naar de optocht kijken en kwam verkleumd tot op het bot weer thuis. Oudste wilde namelijk de hele optocht van begin tot eind bekijken.

‘Das m’n stadje’ is een spreuk die wij sinds 26 augustus 2017 ook weer kunnen roepen, na 7 jaren vertoefd te hebben in tropische sferen. Het was bij terugkomst alsof we zeven jaren vooruit waren geschoten in de tijd. Dingen leken zo bekend maar toch ook weer niet. Het voelde ongemakkelijk. Winkels die er nog waren in 2010, bleken verdwenen met voor de etalages borden van ‘te huur’ of ‘te koop’.
Ik kwam mensen tegen die mij zo bekend voorkwamen maar die ik totaal niet kon plaatsen. Ik pijnigde mijn hersenen. Zwangerschapsyoga? Van een feestje?
Vervelende was dat ik dan wist dat ik ooit wel eens een praatje met ze had gemaakt, maar de namen of de gelegenheden totaal niet meer wist.
Ik betwijfel of zij het nog wel wisten, zoveel jaren later.

Als je terug verhuist naar je eerdere woonplaats, kom je daardoor ook onvermijdelijk mensen tegen die ooit je vrienden zijn geweest, maar waarvan je het contact bewust of onbewust hebt laten verwateren. Het levert wat ongemakkelijke situaties op. ‘Hey, zijn jullie terug?’ Waarbij je aan het eind van het gesprek roept ‘we mailen nog wel om af te spreken!’. Wetend dat het nooit zal gebeuren.
Het is goed om te beseffen dat, bij terugkomst naar Nederland na jarenlange afwezigheid, vrienden en familie, diegenen waarmee je wel contact bent blijven houden, niet met vlaggen en welkomstfeestjes klaar staan om je te verwelkomen. Ze zijn je niet vergeten maar ook zij moeten er weer aan wennen dat je er weer bent.
Idem met de buren uit je straat.

De meesten hebben we ondertussen wel weer gezien en gesproken of hebben ermee afgesproken. Ik denk wel dat, als het altijd heeft geklikt, dit ook zo zal zijn na terugkomst.
Ik heb een en ander gelezen over de ‘reverse culture shock’. Heel eerlijk, ik kan mij er niet in vinden. Het gaat er onder andere over dat jij je verhaal niet kwijt kunt bij je vrienden en familie over je geweldige buitenland ervaring en hoe het jou veranderd heeft. En dat het feit dat zij niet naar je willen luisteren je een deprimerend gevoel geeft.
Kom op, als je een fantastische tijd hebt gehad in het buitenland, koester die dan, maar ga dat niet overal continu aan iedereen lopen te verkondigen. Ikzelf heb die behoefte in elk geval niet. Net zoals ik er ook niet op zit te wachten bijvoorbeeld om elke keer alle foto’s en verhalen te zien en te horen over hoe geweldig de vakantie is geweest naar bijvoorbeeld camping De Eekhoorntjes. Bij wijze van.
Vergelijk het daar maar eens mee.

Carnaval en kou kan ik nog niet helemaal met elkaar rijmen. Ik zag meiden met korte rokken aan, blootbeens door de straat fietsen. Ik krijg er plaatsvervangende kou van.
Over dingen niet met elkaar kunnen rijmen:
In mijn vorig stuk schreef ik over de vele treinongelukken met mensen die voor de trein springen in Nederland. Vlak daarna kwam in het nieuws dat Nederland wereldwijd het grootste aantal zelfmoorden heeft op het spoor.
Gek genoeg stond een week later weer een bericht in de krant dat Nederland op plek 7 staat van landen waar mensen het gelukkigst zijn…
Nederland: een land van een lach en een traan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s